Banaan

Banaan (Musa acuminata) is de vrucht van een gigantische plant. Het begint allemaal vrij onschuldig. Uit de wortelstok ontspruit het ene blaadje na het andere. Het is sierlijk opgerold in een kokerachtige vorm en ontvouwt zich langzaam tot een lijvig, volwassen bananenblad. Naarmate de maanden verstrijken neemt de omvang van het kokertje exponentieel toe. De bladschede van het bananenblad vormt een zogenaamde pseudostam (opeenstapeling van verticale, concentrische lagen). In ideale omstandigheden groeit de plant tot zeven meter hoog.
In volle glorie - minstens negen maanden na aanplanting - schiet uit de wortelknol een indrukwekkend lange vruchtstengel de hoogte in. De stengel gaat helemaal overbuigen (zodat de banaantjes in feite ondersteboven komen te groeien) en aan het uiteinde vormt zich een fluweelrode bloemknop. Terwijl het uiteinde van de bloemknop onveranderd blijft (dit is de typische paarse kegel), vallen de schutbladeren daaronder af en komen er kleine witte bloemetjes tevoorschijn, in clusters van dubbele rijen gegroepeerd.
De eerste 5 à 15 rijen (vanaf het uiteinde gemeten) zijn vrouwelijke bloemetjes, en het blijken de enige productieve vruchtbeginselen te zijn. Verderop aan de stengel vormen zich nog tal van mannelijke vruchtbeginselen, maar die zijn eerder hinderlijk: ze ontnemen kostbare energie van de vrouwtjes en bovendien zijn ze totaal overbodig (bananen hoeven helemaal niet bevrucht te worden).
Het feit dat bananen knalgroen worden geoogst heeft geen nadelig effect op de smaak. Integendeel. Vruchten die aan de stengel uitrijpen bevatten meer zetmeel en minder suikers. Voor een ideale rijping is ethyleengas noodzakelijk (dit wordt van nature aangemaakt, maar niet alle vruchtensoorten produceren die in dezelfde mate). In frigoboten wordt de temperatuur, de luchtvochtigheid en de concentratie van ethyleengas nauwgezet in het oog gehouden. Gemiddeld transporteert een boot 250.000 kartonnen dozen (elk 18 kg) per oversteek, en de reis naar Europa duurt ongeveer 10 dagen. 

Recepten