Sojaboon 

De sojaboon is een van de oudste Chinese landbouwgewassen. Reeds duizenden en duizenden jaren is het een van de belangrijkste eiwitbronnen in het Verre Oosten. Het was echter pas aan het begin van de 20e eeuw dat de sojaboon op de wereldmarkt ten tonele verscheen, en dat deed het vrij snel als een van de drie belangrijkste export-producten uit het Verre Oosten (soja, zijde en thee).

De sojaboon behoort tot de vlinderbloemigen, het is dan ook een natuurlijke meststof voor de bodem. De sojaplant neemt stikstof op uit de lucht en dat komt uiteindelijk in de bodem terecht. Maar naast zijn rol als groenbemester levert hij ook een voedingsproduct met een grote voedingswaarde op: de sojaboon. Sojabonen zijn familie van de peulvruchten, de peulen worden niet gegeten. De bonen zelf zijn zeer veelzijdig in gebruik. Je kent ze wellicht wel via sojamelk of tofu, sojasaus of tempeh. Maar daarnaast is het ook een grondstof voor plantaardige margarines, tal van koekjes en heel wat vleesvervangers. En je kan de bonen bovendien ook gewoon zo gebruiken, vers of gedroogd, in een stoofpotje of een ovengerecht, in een broodsmeersel of als een dikmiddel in soep. Er bestaan ongeveer 100 sojaboon variëteiten, in tal van kleuren, en elk met andere eigenschappen.

We plantten voor het eerst sojabonen op De Wassende Maan net omwille van deze twee redenen. Enerzijds gunnen ze onze velden de nodige rust, en anderzijds leveren ze gezonde sojabonen op.

Sojabonen zijn een uitstekende bron van eiwitten. De boon bestaat voor maar liefst 40% uit eiwitten, dat is nog heel wat meer dan stuk vlees of een lapje vis. En daar blijft het niet bij. De sojaboon is tevens een goede leverancier van een mooie portie onverzadigde vetzuren, isoflavonen, essentiële aminozuren, vitaminen, mineralen en vezels.

Recepten