Aardappel

is een genoegzaam bekend gewas dat in de 16e eeuw uit het Amerikaanse continent werd geïmporteerd en vanaf de 18e eeuw in Europa een ware bevolkingsexplosie heeft mogelijk gemaakt dankzij massale en zeer efficiënte verbouwing. Door eenzijdige selectie en een ver doorgedreven monocultuur werden de meest courante rassen echter uiterst ziektegevoelig (zie bintjes).
De rassen die biologisch geteeld worden, zijn veel resistenter: Sarpo mira, Agria, Toluca, Frieslander, Biogold, Raja,...

Er bestaan ook 'vergeten' rassen zoals de Vitelotte of truffelaardappel
Deze aardappel maakt deel uit van een opleving van ‘nieuwe’ exclusieve aardappelrassen voor de fijnproevers. 
Hij heeft het uitzicht van een zwarte truffel en donkerpaars vruchtvlees dat wordt afgewisseld met de vertrouwde lichte aardappelkleur. De knollen zijn cilindervormig, tot 12 cm lang en 2-4 cm dik. Ze hebben opvallende ogen op het oppervlak. Deze Vitelotte behoudt zijn kleur tijdens het koken. Het water waarin de aardappels worden gekookt, kleurt tijdens het koken groen. Hij kan best in de schil gekookt worden, de schil laat zich dan eenvoudig verwijderen. Qua smaak is de truffelaardappel wat zoeter dan een gewone aardappel. Qua structuur is hij vrij stevig, hij behoort tot de vast-kokende rassen. Je kan truffelaardappelen gemakkelijk verwerken tot puree, frieten of chips. De variëteit beschikt in iedere bereiding (gekookt, gebakken, gepureerd of gefrituurd) over een hoge decoratieve waarde. 

Bewaring

Wanneer je een aardappel op de juiste manier bewaart kan je hem lang goed houden. Een aardappel bewaart het beste in een koele, geventileerde ruimte, vrij van daglicht, vorst en te veel vocht, en dat het beste met de aarde er nog omheen. Doorgaans voldoet een kelder aan deze vereisten. Te veel licht zal het vormen van kiemen vergemakkelijken. Een te koude temperatuur zorgt voor de omzetting van koolhydraten in glucose, de aardappel wordt zo zoeter en minder lekker. te veel vocht zorgt voor rotten van aardappels, je bewaart ze dus beter niet in de frigo. Een temperatuur van 4 à 10 graden wordt als goed beschreven, 7 graden als ideaal. 

Verder bewaar je de aardappelen beter uitgespreid dan gestapeld (om ventilatie te bevorderen), en beter in een kartonnen doos of houten kistje dan in een plastieken zak. Interessant om weten: aardappelen bewaren niet goed in de buurt van ajuinen en prei. Deze produceren ethyleengas waardoor de kwaliteit van de aardappelen er snel op achteruit gaat.

Recepten