Andijvie

Andijvie (Cichorum endivia) is een robuuste, chicorei-achtige plant. Ondanks haar robuuste uiterlijk is de plant warmteminnend. Tijdens de opkweek verlangt ze zelfs temperaturen tussen 15 en 20° Celsius. Vandaar dat de herfst hier het meest geschikte tijdstip is om andijvie te kweken: er komen dan helemaal geen serres aan te pas. De eigenlijke groei moet echter snel worden voltrokken, want andijvie is ‘schietgraag’, de krop schiet met andere woorden gemakkelijk door, hetgeen de bloemvorming inluidt. Een vredig gebeuren, dat wel, maar allesbehalve aangenaam voor de boer. Niemand wenst andijvie in een vaas te stoppen. Gewoonlijk stopt men andijvie in de mond.

Omdat de buitenste groene bladeren ietwat bitter en taai smaken, genieten de lichtgele, malse binnenbladeren onze voorkeur. Terwijl uitgerekend die taaie buitenbladeren de meeste voedingsstoffen bevatten (o.a. vezels, mineralen en vitamines). 

Bereiding - Anders dan onze noorderburen zijn wij Belgen niet echt gek van andijvie. We pretenderen over een betere variant uit dezelfde plantenfamilie te beschikken: Belgische andijvie of witlof. Als er al échte andijvie op het menu staat, dan serveren we het bladgewas meestal rauw in de vorm van salade, liefst in combinatie met een aantal joekels van vleestomaten en een lepel mayonaise erop. Rauwkost op "zijn best".
Nederlanders hebben een voetje voor bij de bereiding van andijvie. Zij raken van jongs af aan vertrouwd met de idee dat je andijvie ook kan stoven. En dat zoiets verrassend lekkere maaltijden kan opleveren. En om dit te bewijzen: een aantal voortreffelijke Nederlandse receptjes...

Recepten