Prei

Prei (Allium Porrum) is een tweejarige plant, maar wordt gekweekt als éénjarige groente. Behalve in de lente is prei het hele jaar door verkrijgbaar. Voor elk seizoen zijn er tegenwoordig meerdere geschikte rassen op de markt. Winterharde soorten groeien wel aanzienlijk trager. Zomerprei heeft lange, dunne stengels met een geelgroene kleur en een fijne structuur. Herfstprei is grover. Winterprei is dat nog meer en kan veel vorst verdragen.

Prei mag dan wel niet zo penetrant ruiken en smaken als knoflook, ze stamt wel af van dezelfde familie. Aan de kusten van Noord-Afrika, Zuid-Europa en de Kaukasus vind je tot op vandaag nog wilde prei. Eeuwenlange cultivatie door Egyptenaren, Grieken en Romeinen zorgde ervoor dat de groente in uiteenlopende omstandigheden kan gedijen.

In een onophoudelijke wedijver om in de gunst van de consument te geraken, sloven telers zich uit om hun prei zoveel mogelijk aan te aarden. Op die manier trachten ze het malse witte stuk te verlengen. Terwijl het (donker)groene gedeelte net zo goed voor consumptie geschikt is, verkiezen velen toch het onderste gedeelte.

Preiplanten hebben een voorkeur voor vochthoudende, humusrijke grond met een goede structuur. Ze zijn met andere woorden veeleisend. Hier op De Wassende Maan moeten ze het helaas stellen met lichte zandgrond, wat verklaart waarom onze prei een beetje frèle blijft, maar toch boordevol smaak zit!

Recepten