Vooral de blonde soorten navel en valencia en de gepigmenteerde soorten moro, tarocco en sanguinello zijn bekend bij het grote publiek. Maar ook de naam jaffa doet bij de meeste mensen een belletje rinkelen. Meer bepaald het belletje dat de speekselklieren in werking doet treden. Palestijnen vormen hierop een uitzondering. Jaffa roept bij hen eerder pijnlijke herinneringen op van een glorierijk verleden, toen Yafa (de Arabische benaming) een bloeiende havenstad was. In het begin van de twintigste eeuw groeide dit stokoude kuststadje ('Yoffi' in het Hebreeuws) uit tot een van de belangrijkste Arabische havensteden. Rond de stad legden de Palestijnen enorme sinaasappelboomgaarden aan. De jaffa-sinaas werd grotendeels naar Europa geëxporteerd en kreeg er zijn naam en faam. Tot in mei 1948, toen het Israëlische leger de stad binnenviel. Sindsdien nam het aantal Palestijnse inwoners stelselmatig af en kwam de oude stadskern helemaal in de schaduw te staan van het vlakbijgelegen Tel Aviv (gesticht door Joodse immigranten in 1909). Jaffa werd in 1950 ook officieel ingelijfd door Tel Aviv. Citrusproductie is big business. Niet alleen de Israëliers zijn zich daar terdege van bewust, ook de Amerikanen kwamen het groeipotentiëel van de citrushandel al spoedig op het spoor. In Florida, maar ook in Texas en Californië, kwam in relatief korte tijd een omvangrijke citrusindustrie tot ontwikkeling. In de jaren '70 investeerde men hiervoor zwaar in irrigatieprojecten (zie ook de film 'Chinatown' met Jack Nicholson & Faye Dunaway). Brazilië trachtte eveneens een graantje mee te pikken van de citrusmarkt, maar stoot tot op heden op grove handelsbeperkingen van de VS. Het gros van de Braziliaanse sinaasappelen verdwijnt in de (minder lucratieve) verwerkingsindustrie en wordt voornamelijk gebruikt voor de aanmaak van sinaasappelconcentraat. |
||||
|
©2006 De Wassende Maan | tel 09-386.82.14
| fax 09-380.21.70 |
| www.dewassendemaan.be
|