Meloen

Meloen is de vrucht van een (sub)tropische komkommerachtige plant. Als je even abstractie maakt van smaken, geuren en kleuren, dan zie je inderdaad een verre verwantschap tussen komkommer, courgette, pompoen, augurk en meloen. 

Variëteiten - Meloenplanten planten zich gemakkelijk voort. Dankzij deze eigenschap is er een enorme variatie aan soorten ontstaan. 
Ten eerste de Kantaloep-meloenen: De naam is afgeleid van Canteloupe, een gehuchtje in de buurt van Rome, waar deze meloenen in de tuin van de Paus werden geteeld. Ze zijn aan de buitenkant verdeeld in segmenten of bedekt met wratachtige knobbels. De bekendste soort uit deze categorie is de cavaillon of charentaismeloen, een kleine vrucht van ongeveer 1 kg met gladde, geelgroene schil en in de lengte donkere strepen (de breedtegraden). Het is een populaire soort vanwege de zoete smaak. De vruchten worden rijp geoogst en zijn slechts enkele dagen houdbaar.
Ten tweede de netmeloenen: Dat zijn meloenen met een kurkachtig lichtbruin of wit netwerk op de schil. De schil zelf is glad of gesegmenteerd. De galiameloen hoort in deze categorie thuis en is van oorsprong een Israëlische variëteit.
Ten derde de gladde meloenen, zoals honing- of suikermeloen. Die soorten moeten lang rijpen en worden vooral in de winter aangevoerd.
Tenslotte is er nog een vierde categorie, namelijk de watermeloenen: Ze bestaan uit 95% water. Het belangrijkste verschil is dat de zwarte pitten bij watermeloen niet in een middenholte geconcentreerd zijn maar overal in het vruchtvlees verspreid zitten.

Recepten