Yacón (Smallanthus sonchifolius)

Andere benamingen: 'Appelwortel', 'Grondappel', 'Diabetes-Kartoffel', ...

De yacón is een knolsoort die oorspronkelijk uit Peru komt. De oude Inca's waren al overtuigd van de overheerlijke frisse smaak en van het positieve effect op hun gezondheid. Sindsdien is de yacón in allerlei vormen (vers, siroop, poeder, capsules) te vinden in veel Zuid-Amerikaanse landen.

Yacón is geliefd vanwege meerdere aspecten:
* frisse zoete smaak
* toepasbaar in veel gerechten
* rijk aan kalium en antioxidanten
* lang te bewaren (ongeschild)
* weinig caloriëen
* bevordert een goede spijsvertering
* boost het afweersysteem

Gebruik:

Deze appelwortel kan rauw gegeten (geschild) worden in frisse salades en knapperige rauwe snacks omwille van de lekkere 'bite'. Bijvoorbeeld in een zuurkoolsalade ter vervanging van stukjes ananas of mandarijn. 

Verhitting van de yacón d.m.v. bakken, frituren, stoven, ... maakt de knol nog zoeter. Zo kan in allerlei soorten appelgebak (taart, flappen, beignets) de appel vervangen worden door yacón. Zonder verder toevoeging van suiker onstaat er een heerlijk gebak dat geschikt is voor eenieder die caloriearm wil eten. Ook leent de knol zich goed om er chips van te maken.
Je kan kleine stukjes yacón meebakken in pannenkoeken of wafels. 


Yacón, een plantkundige bijzonderheid.

Yacón produceert 2 typen knollen. De kleine broed (moeder) knol voor de vermeerdering en de eetknol voor de consumptie. Dit is zeer uniek in de plantenwereld.

De plant groeit zeer goed onder Noord-Europese omstandigheden. De plant vergt nauwelijks onderhoud, is vrij van ziekten en plagen en gedijt op iedere grondsoort.

Recepten