Prikbord > EOS-artikel

Inleiding

In 'Onbespoten, maar ook gezond?' (EOS nummer 2/2001) wil Wim Daems het belangrijkste verkoopsargument van biologische voeding -de gezondheid van de consument- kritisch evalueren. Meer dan eens wijkt hij van dit onderwerp af om het nut van biologische productiemethodes als dusdanig in twijfel te trekken. Verschillende klassieke tegenwerpingen ten opzichte van biologische landbouw komen daarbij aan bod.

De methode die de auteur hanteert is allesbehalve systematisch. Er zit geen echte verhaallijn in de tekst. Bovendien wordt de aandacht van de lezer her en der verstrooid door een zonevreemd kaderstukje dat focust op weer een ander aspect van biologische landbouw. Zoals bij zo'n werkwijze te verwachten valt spreekt de auteur zichzelf herhaaldelijk tegen. Niet alleen dat. Veel relevante informatie komt gewoonweg niet aan bod of wordt (bewust?) verzwegen.

1. Biologische voeding is niet altijd gezonder

Deze (uiterst zwakke) bewering wordt 'gestaafd' met verschillende voorbeelden.

1.1. Organische mest

Stelling: omdat biologische landbouw alleen gebruik maakt van organische mest (in tegenstelling tot kunstmest), is er een hoger risico op contaminatie met zware metalen, darmbacteriën en antibiotica. Professor Marc Van Montagu (UG) gaat nog een stapje verder. Hij beweert dat biologische landbouw resistentie tegen antibiotica verspreidt: "De biologische landbouwer bemest zijn velden onder andere met mest van varkens- of kippenkwekerijen. Daar worden tonnen antibiotica gebruikt."

Repliek: Dat meststoffen uit de vleesindustrie argeloos op biologische akkers worden uitgereden is natuurlijk onzin. In de biolandbouw is het gebruik van mest uit intensieve veehouderij zoals kippen en varkens eenvoudigweg verboden. Organische meststoffen worden gecontroleerd en gecertificeerd door een onafhankelijke controle-organisatie en de residutolerantie ligt gevoelig lager dan in de gangbare landbouw. Dat geldt uiteraard óók voor zware metalen, darmbacteriën en antibiotica. Het is opmerkelijk dat Daems 'overal in de wereld' een 'nooit aflatende waakzaamheid ten opzichte van residutoleranties' waarneemt, terwijl deze algemene regel uitgerekend in de biologische landbouw met voeten zou worden getreden...

Nota: Van Montagu wijst hier eigenlijk op de nefaste gevolgen van gangbare landbouw waar tonnen antibiotica worden gebruikt, maar schuift de schuld in de schoenen van biologische landbouw.

1.2. Schimmels

Stelling: schimmels kunnen toxische stoffen voortbrengen. Omdat biologische landbouw geen gebruik maakt van schimmelwerende middelen, is het risico op vergiftiging hoger.

Daems geeft eerst een slaapverwekkend betoog over de gevaren van sommige schimmels. Het betreft vooral schimmels bij granen, zaden en noten, waarvan de giftige stofwisselingsproducten (mycotoxines) tot in zuivel terug te vinden zijn. Hier kan de wetgeving niet streng genoeg zijn, aldus de auteur. Strenge veiligheidsnormen zijn dus noodzakelijk. Ook de biologische landbouw moet die respecteren en dóet dat. Maar dat is blijkbaar niet voldoende. "Schimmelwerende producten helpen het gevaar in toom te houden."

Zijn er echter concrete aanwijzingen dat biologische voedingswaren de veiligheidsdrempel overschrijden? Volgens Daems is dit inderdaad het geval: "Ontwikkelingslanden hebben de middelen niet om schimmels in de voedselketen te bestrijden. In tegenstelling tot wat algemeen wordt gedacht, tellen ze dan ook meer gevallen van kanker dan wij."

Repliek: Onafgezien nog van de labiele redenering kan je de premisse zelf in vraag stellen. Eén van de flagrantste tegenspraken in het artikel is precies dat ontwikkelingslanden enerzijds 'tot louter biologische technieken veroordeeld blijven', anderzijds nog ongebreideld gebruik maken van verouderde, goedkope bestrijdingsmiddelen die 'duidelijk te persistent' zijn. Geen wonder dus dat ze meer gevallen van kanker tellen dan wij! Trouwens, "[h]et is niet zo dat planten die zonder pesticiden groeien, meer natuurlijke giftige schimmels krijgen", weet Van Wolswinkel van het Nederlandse ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (De Morgen 13/04/01 p16).

1.3. Natuurlijke bestrijdingsmiddelen

Stelling: sommige plantenrassen bevatten giftige, natuurlijke bestrijdingsmiddelen. Omdat biologische landbouw is aangewezen op resistente gewassen met meer natuurlijke bestrijdingsmiddelen, bevatten die gewassen wellicht meer schadelijke stoffen. [R]esistente rassen bevatten wellicht meer natuurlijke bestrijdingsmiddelen, wat in principe schadelijk kan zijn. Wie dus gegarandeerd gezonder wil eten, hoeft niet altijd naar biologische producten te grijpen." (toegevoegde cursivering)

Repliek: Aan de woordkeuze merk je dat er iets schort met dit argument: het is helemaal niet onderbouwd. Daarom gebruikt de auteur een hypothetische vorm en zwakt de bewering verder af door beroep te doen op moeilijk weerlegbare termen (wellicht, in principe, niet altijd,...). Er wordt geen enkel wetenschappelijk bewijs naar voor gebracht en er wordt evenmin verwezen naar wetenschappelijke studies. Natuurlijk bevatten planten giftige stoffen. Maar het onderscheid tussen 'resistente gewassen' en 'gecultiveerde gewassen' is duidelijk geforceerd.

2. Biologische landbouw is onrealistisch

2.1. Geringere opbrengst

Stelling: de landbouw moet intensiever produceren aangezien de wereldbevolking toeneemt terwijl het aantal hectare landbouwgrond afneemt. Omdat biologische landbouw extensief is (minder opbrengst per hectare) kan deze teeltwijze niet in de mundiale voedselbehoefte voorzien.

Eindelijk een duidelijke (weerlegbare) stelling. De tegenargumenten komen als vanzelf bovendrijven:

  • overproductie in de Westerse landen.
    Dit argument is om een of andere duistere reden niet van toepassing: "Ondanks de soms spectaculaire overschotten in ontwikkelde landen, vraagt dat slinkende areaal om een intensivering van de landbouw, terwijl biologische landbouw juist extensief is".
  • overconsumptie in de 'ontwikkelde landen'.
    Hierover wordt met geen woord gerept (of toch, maar dan alleen in verband met gezondheidsrisico's, zie slotparagraaf).
  • verspilling van voedingsstoffen door de vleesindustrie.
    Het kwistig verbruik van grondstoffen door de vleesindustrie komt evenmin aan bod. Niets is echter zo onrealistisch als de veralgemening van Westerse voedingsgewoonten, in het bijzonder van onze excessieve vleesconsumptie. Alleen al de runderpopulatie omvat tegenwoordig zo'n 1,3 miljard dieren. Ze veslinden meer dan een derde van de graanoogst en zetten het voeder niet eens effectief om: zowat 7 kg koren is nodig om slechts 1 kg vlees te produceren (Spiegel nr 11/2001: 203).
  • hoge externe kosten van conventionele teelttechnieken
    De tol die de maatschappij betaalt voor bodem, lucht- en waterverontreiniging tengevolge van conventionele teelttechnieken wordt niet verrekend in de kostprijs van het eindproduct. Dat roept vragen op rond hun zogenaamde 'efficiëntie' op lange termijn. Daems staart zich met andere woorden blind op de lagere opbrengst van biologische landbouw (20 à 40%).

2.2. Natuurlijke vijanden

Stelling: gewassen moeten beschermd worden tegen hun natuurlijke vijanden met behulp van chemische bestrijdingsmiddelen. De enige oorzaak waardoor biologische gewassen als tomaat en aardappel niet volledig worden opgevreten door natuurlijke vijanden is dat de rest van het landbouwareaal chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt (dixit Marc Van Montagu).

Repliek: Het is inderdaad zo dat een aantal gecultiveerde soorten nauwelijks of niet meer biologisch te telen zijn. Door minder eenzijdig te selecteren en het groenteaanbod te diversifiëren kan de biologische teler echter het gevaar van plagen beperken. Opnieuw worden hier de noodlottige gevolgen van gangbare teelttechnieken (eenzijdige selectie van gewassen) naar voor gebracht om vervolgens het probleem door te schuiven naar de biologische landbouw.

Slotbemerking:

  1. De onpartijdigheid van het magazine Eos is betwistbaar. Het blad wordt gesponserd door de biotechnologische sector en fungeert als spreekbuis van deze belangengroep. Dat prof. Van Montagu wordt opgevoerd als 'neutrale wetenschapper' is nog bedenkelijker. De natuurwetenschapper was tot voor kort directeur van de lucratieve onderzoeksgroep Biotechnologie aan de RUG.
  2. Tegen een aantal stellingen kunnen tegenargumenten worden ingebracht. Meestal zijn de stellingen echter zo zwak geformuleerd dat ze onweerlegbaar en dus onbruikbaar worden:
    • hoe vaak is niet altijd?
    • hoe zeker is wellicht?
    • hoe waarschijnlijk is in principe?
    • hoe uitzonderlijk is niet per definitie?
    • hoe ernstig is zou wel eens kunnen?
    • enzoverder...
terug ...
print ...
mail ...
home ...

©2006 De Wassende Maan | tel 09-386.82.14 | fax 09-380.21.70 | | www.dewassendemaan.be