Spruit

Spruiten (Brassica oleracea var. gemmifera) ontwikkelen zich in de bladoksels van de spruitkoolplant, tegen de harde stengel of stam aangevleid. Spruitplanten groeien goed in een vochtig klimaat en kunnen tamelijk veel vorst verdragen. De bemesting is een moeilijke evenwichtsoefening. Zoals alle kolen vragen spruiten een rijke voedingsbodem, maar anderzijds kan een overdreven toevoer van stikstof ertoe leiden dat de plant zich vergaloppeerd en uiteindelijk gaat ombuigen. Bovendien wordt ze dan gevoeliger aan ziektes of plagen, wat in de biologische teelt natuurlijk extra problematisch is. Eigenlijk komt het erop neer dat je ze de nodige groeitijd moet gunnen, en die is nu eenmaal lang: vanaf het voorjaar tot in de winter.

Bereiding - In het begin van de winter bezitten spruitjes nog hun volle aroma. Verwijder de lelijkste blaadjes van de spruit tot hij felgroen is. Snijd het harde stukje van het stronkje eraf. Kerf grote spruiten aan de onderkant met een scherp mesje kruiselings in, ze zijn dan vlugger gaar. Kook spruitjes niet te lang (10 à 15 min), bijtgaar zijn ze immers lichter verteerbaar en bovendien smakelijker.

Bewaring - In een papieren zak op een droge plaats kan je ze 3 à 4 dagen goed bewaren.

Recepten